Spijk
Sinds ik afgelopen zaterdag naar Zembla heb zitten kijken, de aflevering 'Henk en Ingrid in Spijk', over een Gelders dorp waar 35 % van de stemmen naar Wilders zijn gegaan, is het gehucht niet meer uit mijn gedachten geweest.
Spijk is niks, een handvol huizen met een veel te grote kerk, tegen Duitsland aan. Weinig jong volk, geen winkels, geen bloeiende economie op wat kleiakkers na, een recyclefabriek en een paar resterende steenbakkerijen aan de Rijndijk. Ooit neergezet om de arbeiders van die steenfabrieken te huisvesten, kleine woninkjes, tuintjes met kabouters en kalebassen uit het tuincentrum op een stoel naast de voordeur, geen vertier dan een cafe-snackbar en een dorpshuis – de voetbalclub opgeheven wegens gebrek aan spelers. Groot gemeenschapsgevoel, dat wel. En een goed ontwikkeld gedeeld gevoel van achterstelling en verwaarlozing dat van generatie op generatie is doorgegeven. Het steenovensvolk werd met de nek aangekeken, onderontwikkeld waren ze, voor niks goed. Na de tweede wereldoorlog was het dorp zelfs een tijdje geïsoleerd door nieuwe grenstrekking tussen Nederland en Duitsland, en moesten de Spijkenaren via sluipwegen naar de kerk om de grenscontrole te ontwijken. Pas in 1964 werd die situatie opgeheven. Maar de reputatie van arm en achterlijk bleef aankleven als opgedroogd zweet. Of in ieder geval voelt het zo voor de gemiddelde Spijkenaar.
Ik zat in 2004-2005 in de buurt van Spijk, in een caravan, om er aan mijn boek 'De visvergunning van de Weduwe' te werken. Dat gaat over de geschiedenis van Nederland aan de hand van de gebeurtenissen in het stukje Gelderland waar Spijk deel van uitmaakt. Rijkswaterstaat had het plan opgevat om van dit land een overstromingsgebied te maken, en ik wilde zijn geschiedenis schrijven voor het in een badkuip zou veranderen. Ik kwam vaak in Spijk en schreef erover met het plezier van een stadse op het platteland .
Verbaasd was ik daarom niet, toen ik Henk en Ingrid in Spijk boos zag worden op de buitenlanders, die er weliswaar in geen velden of wegen te bekennen zijn (Duitsers zijn ‘buren’), maar wel een prachtige uitlaatklep zijn voor al de opgekropte woede over de achterstelling van, eh, eeuwen. En nu met Wilders die het voorbeeld geeft, kan iedereen zich eens lekker uiten, afreageren. Hardop. Gegrond of ongegrond.
Het zou interessant zijn om dieper te graven in de beweegredenen van de Spijkenaren om zo enthousiast te zijn over Wilders. Al was het alleen maar om bij te houden hoe snel dat enthousiasme weer wegebben zal, als blijkt dat Wilders niet alleen zijn beloften aan de arbeiders van Nederland niet gaat inlossen, maar ook geen spat gaat doen voor het behoud van de leefbaarheid in de hele kleine dorpen in de periferie, noch voor het behoud van 'onze' cultuur.

