Verkiezingen in Birma

Vandaag zijn er in Birma verkiezingen, of wat daar onder de generaals voor doorgaat. Er lijkt niet erg veel animo onder de Birmezen om naar de stembus te gaan, en dat is niet zo verwonderlijk. Het militaire regime heeft er bij voorbaat voor gezorgd dat ze de verkiezingen niet kunnen verliezen. Een herhaling van 20 jaar geleden, toen de Nationale Liga voor Democratie van Aung San Suu Kyi een monsteroverwinning behaalde, moet voorkomen worden. Daar hebben de militairen alle moeite voor gedaan: ze annuleerden de verkiezingsuitslag, sloten Aung San Suu Kyi op in haar huis aan het Inya meer en stelden een ondemocratische grondwet op die in een oneerlijk referendum aan de bevolking is opgedrongen. In die grondwet staan bepalingen dat een persoon die veroordeeld is, niet verkiesbaar kan zijn, en iemand die met een buitenlander getrouwd is ook niet. Vooral de laatste bepaling lijkt speciaal in de wet opgenomen om Aung San Suu Kyi te weren: zij was getrouwd met Michael Aris, een Britse wetenschapper die in 1999 overleed. De oppositie is de mond gesnoerd, de jonge politieke partijen werd het werken onmogelijk gemaakt, veel tegenstanders van het regime vluchten het land uit of verdwenen voor lange tijd achter de tralies van de gevangenissen in Birma. De bevolking is bang, straatarm en wordt op alle mogelijke manieren onder de duim gehouden.
 
Aung San Suu Kyi roept op deze verkiezingen te boycotten. Zij vindt dat het leidt tot oneigenlijke legitimering van de macht van de militairen. Haar partij doet niet mee. Het speelveld wordt gedomineerd door twee aan de militairen gelieerde partijen. De democratische oppositie is verdeeld, en heeft nauwelijks ruimte gekregen om hun boodschap uit te dragen, of zelfs maar kandidaten te stellen. In sommige delen van de onrustige etnische gebieden wordt helemaal niet gestemd, omdat de situatie daar te onveilig zou zijn.
Dat de verkiezingen niet vrij en niet democratisch zijn, is overduidelijk. Dat de militairen zullen winnen, staat al vast. En toch vinden democraten in Birma dat er ook positieve kanten aan de verkiezingen zijn: voor het eerst in lange tijd is er een mogelijkheid het rigide speelveld in Birma een beetje te bewerken. In de regio’s worden parlementen gekozen, waar wellicht ook democratische kandidaten een plaats krijgen. Zo kunnen er, met hele kleine stapjes tegelijk, veranderingen doorgevoerd worden die de bevolking ten goede komen. Er kan voorzichtig geëxperimenteerd worden met het democratisch proces, zodat ten tijde van de volgende verkiezingen de tegenstanders van de militairen sterker zijn in het oppositie voeren.
Birma is al vanaf 1962 een dictatuur, het is niet logisch te denken dat van de ene op de andere dag een systeem dat zo ingebrand is, zonder bloedvergieten omver kan worden geworpen. Het zal stapje voor stapje moeten gebeuren. Dat is niet ideaal, maar het is beter dan niks, vinden de democraten die kiezen voor meedoen aan deze zogenaamde verkiezingen.