Meer pindakaas
Als normaal mens sta je er niet bij stil welk een hoeveelheid eten zeven kinderen in de groei verstouwen. Pakken cornflakes, vier broden per dag (voor een door de school verplicht gesteld elf-uurtje en lunch), kilo’s groente en fruit. En pindakaas. Naast jam die gemaakt wordt van kleur- geur- en smaakstoffen op gelatine, is pindakaas het enige verkrijgbare broodbeleg.
De gemiddelde moeder (of kokkin van dienst) maakt hier voor haar kindertjes lekkernijen als pakora, das-sabji, parantha-pickle of chola puri. Nu is me dat sowieso teveel `going native’, maar afgezien daarvan, betekent het ook dat de moeder uren voor vader en kroost al boven de dampende pannen moet staan. Niks gedaan.
Dus gaat er gemiddeld een pot pindakaas per dag doorheen in het huis met de Mangoboom.
En omdat iedereen in Chandigarh dus pakora, das-sabji etc. eet, is pindakaas duur. Drie euro per pot. Dat is omgerekend een kleine 100 euro per maand. Voor pindakaas. Dat zou nogal op het voedselbudget gaan drukken, dus gingen we op zoek naar aanbiedingen. In Manali vonden we grote potten voor 1,50 euro, al een hele verbetering, maar nog niet wat je zegt een structurele oplossing voor de budgetoverschrijding. Een bevriende geshe vertelde ons dat hij zijn pindakaas betrok uit Mussoori: cheap and best. Wij erheen.
Over een weg die maar net breed genoeg is voor de auto, en langs een steile afgrond gaat, worden we, eenmaal in Mussoori, naar het einde van de wereld geleid. Een jongen met een gitaar op zijn rug is onze gids, hij blijkt de kleinzoon van de pindakaasmaler. (Toeval? Nee, het moet zo zijn). Wanneer de weg ophoudt, parkeren we de auto en volgen we de jongen een trap af naar een schuurtje: Oak Opening Cottage. Op een van de deuren is een etiket geplakt: Sunrise foodproducts: peanutbutter.
Bachan Singh Negi leidt ons rond door zijn `fabriekje’: hij laat ons de rauwe pinda’s proeven - ze smaken naar olie en aarde; toont de brandkast – een korf met houtskool onder een blikken trommel die anderhalf uur gedraaid moet worden voor de pinda’s geroosterd zijn, de maler – helemaal op elektriciteit, zegt Negi trots. Bij de maler staan blinkend schone pannen vol smeuïge gemalen pinda’s. Het enige dat Negi toevoegt is zout. Puur natuur, oergezond en erg lekker. We slaan in: 120 potten a 65 cent per stuk. Het loont, ook met aftrek van de kosten van vervoer, de moeite af en toe naar Mussoori te gaan. Het is een leuke bijkomstigheid dat Mussoori de ‘koningin van de hillstations’ wordt genoemd.
Tijdens het inpakken vertelt Negi dat hij jarenlang op een kostschool heeft gewerkt, waar hij van de Engelse directeur leerde om pindakaas en vanille-essence te maken. Trots toont hij een aanbevelingsbrief van zijn voormalige baas. Sinds 1950 maalt hij pindas, en toen de school waar hij werkte gesloten werd, is hij voor zichzelf begonnen. Goed idee. Ik koop nog een flesje essence, vanavond uitproberen: vanillesaus over de fruitsalade. Het is zaterdag: toetjesdag.

