Salaam Slumdog
Laatste gezien, vlak na elkaar: Salaam Bombay (van Mira Nair) en Slumdog Millionaire (van Danny Boyle). Twee films over het leven van kinderen in de sloppen van India. Salaam Bombay is gemaakt in 1988, Slumdog Millionaire 20 jaar later. Allebei wonnen ze een Oscar. In Salaam Bombay volgen we Khrisna, een ventje van een jaar of tien. Hij wordt gepest door zijn broer, en steekt uit protest diens motorfiets in brand. Zijn moeder stuurt hem naar het circus, en hij mag pas terug naar huis komen als hij 500 roepies heeft verdiend. Het circus gaat er zonder hem vandoor, en zo komt hij in Bombay, waar hij werk vindt bij een theestal en zich aansluit bij een groepje schoffies, dieven, dealers en verslaafden. Hij probeert de roepies bij elkaar te schrapen, hij wil naar huis. Het verhaal wordt verteld in bijna schilderachtige beelden, die een sfeer van melancholie oproepen. Je voelt dat Khrisna steeds verder van huis raakt.
Slumdog Millionaire draait rond Jamal, geboren in de sloppen, die als jongeman meedoet aan de televisiequiz: do you want to be a millionaire. Slumdog begint in een politiebureau, waar Jamal elektroshocks krijgt toegediend om hem te laten bekennen dat hij vals heeft gespeeld. Als de dienstdoende agent doorheeft dat er niets te bekennen valt, vraagt hij Jamal uit te leggen hoe een onopgeleid straatschoffie aan de goede antwoorden komt. In flashbacks wordt dat duidelijk gemaakt. Slumdog is ruiger, de kleuren zijn harder, er is meer expliciet geweld - de moeder van Jamal wordt met een ijzeren staaf doodgeslagen; zijn lief wordt met een mes in haar wangen gesneden wegens ongehoorzaamheid. Maar er zijn ook hilarische momenten, en er wordt een uitweg geboden: de underdog slaat terug. Dat maakt Slumdog veel optimistischer dan Salaam.
De film eindigt ermee dat Jamal zijn miljoenen wint, en zijn geliefde in de armen kan sluiten, waarna in een spetterende echte Bollywoodscene held en heldin, samen met de aanwezigen op het perron van Victoria station, in dans en zang uitbarsten. Je hebt zin om mee te dansen, zo opgelucht ben je dat die kansloze, mishandelde knul rijk en gelukkig is geworden.
Salaam is veel soberder, en realistischer, ook 20 jaar na dato. De eindscene is vooral triest: Khrisna is ontsnapt uit het tuchthuis waarin hij was opgesloten nadat de politie hem van straat plukte, en zoekt zijn weg terug naar zijn vrienden aan het spoor. Die zijn er niet meer. Het enige dat hem rest – zijn verdiende geld is allemaal gepikt – is zijn priktol, die in de geheime bewaarplaats is achtergebleven. Een waardeloos ding, nog van thuis. Het joch rent doelloos rond en eindigt op een muurtje. Hij probeert met trillende handjes de veter om zijn tol te winden terwijl de tranen over zijn wangen stromen.
Voor de niet–gefictionaliseerde werkelijkheid: Born into Brothels (van Zana Briski en Ross Kauffman – 2004). Over kinderen in de hoerenbuurt van Calcutta. Ook zeer de moeite waard, en ook winnaar van een Oscar, voor de beste documentaire.

