Moskee of mandir - 2
De tempel voor baby Ram komt er toch, in Ayodhya. De rechtbank in India heeft het terrein waar de Babri moskee stond, voordat in 1992 een horde hindoes het gebouw afbraken, in drieën verdeeld. Een deel is voor de moslims, een deel voor de organisatie die voor het tempelterrein zorgt, en een deel voor hen die de tempel voor Ram willen, op zijn geboortegrond.
Het interessante van de uitspraak is, dat het heilige der heiligen, waar Ram geboren is, nu toch is toegewezen aan de hindoes die daar een geboortetempel willen bouwen. De rechters rechtvaardigen hun uitspraak met een beroep op ‘het geloof van de hindoes dat Ram daar geboren is’. Ze stellen dat er eerder een hindoetempel op de plek van de moskee stond, en dat die tempel is verwoest om de moskee te bouwen. Daarbij baseren ze zich op een onderzoek van de Archeological Survey of India, een omstreden onderzoek waartegen onafhankelijke archeologen en historici zich verzetten. Het zou een politiek gemotiveerde conclusie zijn, van de ASI, die het onderzoek deed toen de BJP, een door hindoes gedomineerde party, aan de macht was in Delhi.
Omdat die hindoetempel er dus stond, en die verwoest is om die moskee te bouwen, mag die tempel nu opnieuw gebouwd worden. Daarmee lijkt de rechter de verwoesting van de moskee maar door de vingers te zien, en wordt ‘geloof’ belangrijker dan historisch bewijs; de wens van een vermeende meerderheid belangrijker dan het veiligstellen van algemeen erfgoed. Het lijkt me zo dat rechtspreken er in India niet makkelijker op geworden is. En het beschermen van historische gebouwen tegen zelotische vernielzucht ook niet.

